Historie


Oorspronkelijk komt de Cane Corso uit Italië. Cane betekent hond en Corso is een verbastering van het Latijnse woord Cohors wat beschermer of bewaker van het erf betekent. Van de oorsprong is niet zo veel bekend, deze ligt al voor het jaar 1200. De Cane Corso stamt uit het Romeinse Rijk. De Cane Corso werd voor veel doeleinden gebruikt. De boeren gebruikten de Cane Corso als erfbewaker en veedrijver. De slagers gebruikten de Cane Corso voor het opdrijven van het vee naar het slachthuis. Ook werd de Cane Corso gebruikt door jagers voor het opsporen en opdrijven van wilde zwijnen, voor de jacht werd meestal de lichte kleur Cane Corso gebruikt zodat ze afstaken tegen de donkere zwijnen zodat de hond niet per ongeluk doodgeschoten werd. De Cane Corso werd gebruikt als persoonlijke beschermer door de veldwachter, hiervoor werden meestal de donkere Cane Corso’s gebruikt omdat dit indrukwekkender was om te zien.
Door de verandering van de werkwijze van de Italiaanse boeren werd de Cane Corso overbodig. In de vijftiger jaren kwamen enkele Italiaanse profesoren in aanraking met de Cane Corso en waren 
direct enthousiast, echter een goed fokprogramma voor het herstel en de erkenning van het ras kwam niet van de grond. Gelukkig werd eind zeventiger jaren het fokprogramma weer nieuw leven in geblazen door dr.  Gandolfi. De Cane Corso’s die een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan de wederopbouw van het ras zijn Tipsi, Brina en Dauno. Uit de combinatie Dauno en Tipsi werden de meest rastypische Cane Corso’s geboren; Basir en Bulan, ze worden tot op de dag van vandaag gezien als de belangrijkste reuen in de fokkerij.

In 1983 werd het SACC , Societa Amatori Cane Corso, opgericht. In 1992 werd door het SACC de officiële erkenning van het ras aangevraagd bij de ENCI (Italiaanse Raad van Beheer) en op 20 januari 1994 werd de Cane Corso officieel erkend als ras in Italië. In november 1996 werd het ras internationaal erkend door de FCI.